Ruim de helft van 4- tot 12-jarigen beweegt voldoende

    0
    226

    Ruim de helft van de kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar voldeed in 2017 aan de Beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad. Bijna twee derde deed volgens opgave van de ouders wekelijks aan sport. Van de volwassenen met minimaal één kind in deze leeftijdsgroep voldeed minder dan de helft aan de Beweegrichtlijnen en zei ruim de helft wekelijks aan sport te doen. Dit blijkt uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2017 van het CBS in samenwerking met het RIVM.

    Uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor blijkt dat 55 procent van de 4- tot 12-jarige kinderen in 2017 aan de Beweegrichtlijnen voldeed. Volgens de richtlijnen die zijn opgesteld door De Gezondheidsraad moeten kinderen in deze leeftijd elke dag minimaal één uur tenminste een matig intensieve inspanning zoals fietsen, wandelen en zwemmen doen. Ook moeten ze minimaal driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten zoals springen, dansen en krachttrainingsoefeningen verrichten.

    Beweegrichtlijnen Gezondheidsraad

    Kinderen en de Beweegrichtlijnen

    Ruim de helft van de kinderen van 4 tot 12 jaar deed elke dag een uur een matig intensieve inspanning. Nagenoeg alle kinderen verrichtten driemaal per week spier- en botversterkende activiteiten. Er waren geen verschillen tussen jongens en meisjes en ook niet tussen kinderen in de leeftijdsgroepen van 4 tot 8 jaar en 8 tot 12 jaar.

    Bijna helft volwassenen voldoet aan Beweegrichtlijnen

    Van de volwassenen met minstens één kind in de leeftijd van 4 tot 12 jaar, voldeed in 2017 iets minder dan de helft, 47 procent, aan de Beweegrichtlijnen die zijn opgesteld voor volwassenen. Personen vanaf 18 jaar moeten volgens deze richtlijnen minstens 150 minuten (2,5 uur) per week, verspreid over diverse dagen, matig intensieve inspanningen en minstens tweemaal per week spier- en botversterkende activiteiten verrichten.

    Vooral op het vlak van spier- en botversterkende activiteiten doen ouders uit het onderzoek het minder goed dan kinderen. Slechts 77 procent van de ouders doet voldoende van deze activiteiten tegenover 99 procent van de kinderen.

    65 procent van de kinderen sport wekelijks

    Van de kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 deed 65 procent in 2017 wekelijks aan sport; 52 procent van de 4- tot 8-jarigen en ruim 79 procent van de 8- tot 12-jarigen gaven aan dit wekelijks te doen. Er was geen verschil tussen jongens en meisjes. Van de kinderen die wekelijks aan sport deden was ruim 73 procent lid van een sportvereniging en had 13 procent een abonnement bij een sportaanbieder. 

    Van de kinderen die niet wekelijks aan sport deden was bijna 2 procent lid van een sportvereniging en had bijna 7 procent een abonnement bij een sportaanbieder.

    Volwassenen sporten minder vaak dan kinderen

    Van de volwassenen met minstens één kind in de leeftijd van 4 tot 12 jaar gaf 53 procent aan wekelijks te sporten. Dit is minder dan kinderen met die leeftijd. Van de volwassenen die aangaven wekelijks te sporten was 34 procent lid van een sportvereniging, 35 procent had een abonnement bij een sportaanbieder.

    Deze volwassenen hadden vaker dan kinderen een abonnement bij een sportaanbieder, zoals een sportschool, zwembad of fitnesscentrum.