‘Passend onderwijs kan heel mooi zijn, maar werkt nu niet’

    0
    1457

    Te veel administratieve taken, te weinig handen in de klas en te veel organisaties die zich met bezighouden met een kind dat hulp nodig heeft. Als je betrokkenen in het onderwijs vraagt, weten ze wel waar het misgaat met de hulp voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Vandaag werd bekend dat een meerderheid van de Tweede Kamer eist dat het passend onderwijs snel verbetert.

    Het gaat om kinderen die bijvoorbeeld lichamelijk gehandicapt, hoogbegaafd of zwaar dyslectisch zijn. Het is de bedoeling dat ze gewoon in hun eigen klas blijven zitten, maar nu komen juffen en meesters er vaak nauwelijks aan toe om ze extra te helpen.

    Dat ervaart ook kleuterjuf Simone van Bolhuis van een basisschool in Maarssen. “De gedachte erachter is heel mooi, maar het werkt in de praktijk niet omdat we niet de middelen hebben om passend onderwijs te geven. Als je kinderen in de klas niet voldoende kunt helpen, is dat heel frustrerend.”

    Te weinig passend onderwijs door te veel mensen die meepraten en beslissen

    Ze zegt dat de klassen nu vaak te vol zijn om kinderen met een speciale onderwijsbehoefte te helpen. “Het is heel goed dat zorgkinderen samen met anderen naar school kunnen gaan, maar dan moet je ook het idee hebben dat de leerkracht aandacht voor ze kan hebben.” Van Bolhuis pleit er dan ook voor om in zulke situaties iemand extra aan te nemen, zodat het zorgkind of juist de rest van de leerlingen niet verwaarloosd worden.

    Verantwoordelijkheid nemen

    Henk Keesenberg van een samenwerkingsverband in Zwolle zegt dat een groot deel van het probleem is dat er te veel organisaties bezig zijn met één kind. Hij pleit ervoor om terug te gaan naar één coördinator en een goede onafhankelijke toezichthouder. Zijn wens: dat juffen en meesters naar één kantoor kunnen bellen als ze extra hulp nodig hebben voor een kind. En dat er dan in de praktijk gekeken wordt wat er voor het kind echt nodig is. “Van elf kapiteinen op een schip, terug naar één kapitein, dat lijkt me een stuk eenvoudiger.”

    Keesenberg zegt dat het nu voorkomt dat veel verschillende mensen zich buigen over een kind. Dat beaamt Karin van Ooijen, die moeder is van een kind dat extra hulp nodig heeft.

    Volgens haar geldt: hoe meer mensen eraan tafel zitten, hoe minder mensen geneigd zijn om verantwoordelijkheid te nemen. “Er zijn weleens overleggen geweest waar tien of twaalf mensen aan tafel zaten te praten over een van mijn kinderen, dan kan je je afvragen of het wel nodig is. Brengt het ons dan wel dichter bij een oplossing? Nee, want de betrokkenheid is dan ook steeds verder te zoeken eigenlijk.”

    Lang traject

    Volgens haar is het kennisniveau van wat er allemaal mogelijk is met passend onderwijs bij de medewerkers soms ook ver te zoeken.

    Zo had Van Ooijen zelf graag een specialist in de klas gehad voor haar kind, die gespecialiseerd was in omgaan met hoogbegaafdheid en traumagerelateerd gedrag. Die zijn moeilijk te vinden, waardoor uiteindelijk iemand kwam die niet de juiste kwaliteiten had. “Daar zat een heel traject voor, met evaluaties en plannen van aanpak. Dan levert die oplossing uiteindelijk niets op. Terwijl het enige wat de leerkracht nodig had, was even wat extra handen in de klas.”