Onderwijsraad pleit voor behoud lumpsum-financiering

    0
    414

    De Onderwijsraad adviseert om te blijven werken met de lumpsum-financiering in het onderwijs. Wel moet dit systeem minder complex worden en moet de verantwoording beter. AOb-bestuurder Eugenie Stolk: “De raad constateert dat het onduidelijk is waar het geld in het onderwijs aan besteed wordt, maar adviseert vervolgens wel de lumpsumfinanciering, één grote geldzak zonder labels, te behouden.”

    Vandaag publiceerde de Onderwijsraad het rapport ‘Inzicht in en verantwoording van onderwijsgelden’ over de financiering van het onderwijs. De Tweede Kamer vroeg de raad om advies omdat er veel discussies zijn over de onderwijsfinanciën. Waar is bijvoorbeeld die 150 miljoen euro voor jonge leerkrachten in het primair en voortgezet onderwijs gebleven? Hoeveel jonge leraren zijn daarvan eigenlijk in dienst gekomen? Het blijft onduidelijk.

    De raad spreekt van een ‘gebrekkig inzicht’. ‘Aan de voorkant is de bekostiging complex en versnipperd. Aan de achterkant kan niet worden vastgesteld of de besteding van middelden doelmatig is geweest’, zo staat in het rapport. Ook ziet de raad dat scholen soms niet precies weten wat hun inkomsten zijn. ‘Dat inzicht is er nu onvoldoende.’

    Zak met geld

    Nu krijgen scholen van de overheid één zak met geld: de lumpsum. Scholen hebben grote vrijheid in de besteding ervan. Ze kunnen er iPads van kopen of een onderwijsondersteuner aanstellen. De Onderwijsraad wil dat deze financiering blijft. ‘Het doet het meest recht aan de autonomie van de onderwijsinstellingen’, zo schrijft de raad. Ook is dit de beste manier voor scholen om een stabiel beleid te voeren zonder te veel administratieve rompslomp.

    De AOb pleit al een tijdlang voor minder vrijblijvendheid in de onderwijsfinanciering en kwam al eerder met het plan ‘Lumpsum 2.0’. De bond vindt dat de vrijheid van schoolbesturen ingeperkt moet worden en dat er daarom schotten in de financiering moeten komen. Dan ligt vast hoeveel geld er naar personeel gaat en hoeveel naar materiële zaken en kunnen bestuurders geen geld meer schuiven van het ene potje naar het andere.

    “Ik zie een tegenstelling in het advies”, zegt AOb-bestuurder Stolk. “De raad constateert dat we niet goed weten wat er precies met het geld gebeurt, maar blijft wel kiezen voor dit systeem. Dat is tegenstrijdig. Wij vinden dat de politiek kaders moet geven voor de bestedingen. Ons nieuwe onderzoek naar de lumpsum laat dat ook zien: veel scholen maken minder geld over naar personeel dan het rijk overmaakt. Terwijl de kwaliteit van het onderwijs wel samenhangt met de inzet van personeel.”

    Oplossingen

    De raad ziet tekortkomingen aan de lumpsum, maar daar zijn volgens de onderzoekers oplossingen voor. Het moet vooral eenvoudiger. De lastige formules, de vele getallen en de berekeningen zijn nu te complex. Als dit gebeurt dan zal het inzicht in de financiën al een stuk beter worden, zo vermoedt de Onderwijsraad.

    Daarnaast moet de overheid zich minder bemoeien met de geldstromen door middel van allerlei aanvullende subsidies en regelingen. Doelfinanciering noemt de raad dit in het rapport. Het gaat bijvoorbeeld om geld specifiek voor jonge leerkrachten, tweetalig onderwijs of de professionalisering van het lerarenteam. De overheid moet daarin terughoudender zijn. ‘Er wordt nu overmatig gebruik van gemaakt en het tast daardoor de effectiviteit aan’, concludeert de raad. Dit werkt bovendien alleen als er vooraf duidelijk doelen zijn gesteld. Deze aanvullende regelingen maken het voor scholen lastig om zelf een doorlopend goed beleid te voeren.

    Verantwoording

    De raad is voorstander van de huidige autonomie van de schoolbesturen, maar een belangrijke voorwaarde is wel dat de scholen beter uitleggen wat ze met het geld hebben gedaan. Nu komt het nog te vaak voor dat het intern toezicht te laat of geen inzicht heeft in risicovolle bestedingen. ‘Er moet een cultuur komen waarin wordt doorgevraagd’, aldus de raad. Ook medezeggenschapsraden moeten goede scholing krijgen en hulp van een onafhankelijke instelling bij het doorgronden van de financiën. Ook de overheid heeft een taak. Die moet controleren of de onderwijsinstellingen goed functioneren en of hun toezicht op orde is.