Moet de smartphone ook in Nederlandse scholen worden verboden?

    0
    1016

    De Franse overheid heeft vanaf deze maand het gebruik van smartphones op basisscholen en collèges – een middenschool voor leerlingen tot vijftien jaar – verboden. De apparaten zouden de aandacht van scholieren te veel afleiden. Zou zo’n verbod in Nederland ook een goed idee zijn?

    Het is een van de speerpunten van het beleid van de Franse onderwijsminister Jean-Michel Blanquer: smartphones in schoolgebouwen zijn voortaan uit den boze.

    De apparaten leiden volgens hem de aandacht van de tieners af en frustreren daarmee het opdoen van kennis, het primaire doel voor kinderen op school.

    In Nederland kan zo’n regel niet door de overheid worden opgelegd; het schoolsysteem is hier minder gereguleerd dan in Frankrijk. Nederlandse scholen mogen zelf bepalen of het gebruik van smartphones op school verboden wordt. Cijfers over hoeveel van de ruim zeshonderd scholen dit verbieden, zijn niet voorhanden.

    ‘Geen enkel mens kan multitasken’

    Hoogleraar onderwijspsychologie Paul Kirschner van de Open Universiteit laat er geen twijfel over bestaan: een smartphone, tablet of laptop in de klas leidt af. “Mensen kunnen niet multitasken”, stelt hij. “We hebben maar één stel hersens. We zijn geen computer met twee of vier of acht verwerkingseenheden.”

    Het maakt daarbij niet uit wat voor geslacht of leeftijd iemand heeft. “Als jij met mij praat én tegelijkertijd een e-mail leest, dan neem je niet op wat ik zeg. Dit geldt voor 99,8 procent van alle mensen op de hele wereld.”

    Deze redenering gaat trouwens niet op als één van de twee activiteiten een automatisme is, zoals strijken, wandelen of eten. “Maar zodra je over een handeling moet gaan nadenken, dan kun je een van de twee taken die je probeert te doen niet meer adequaat uitvoeren.”

    Onderzoek wijst uit dat smartphones dommer maken

    Kirschner is zelf heel resoluut in het verbieden van smartphones en laptops tijdens zijn colleges. “Als je in mijn klas zit, kom je om naar mij te luisteren en niet om interactie te hebben met andere mensen op een andere plek. Bovendien leid je met een flikkerend schermpje ook je buurman of buurvrouw af. Dat is bijna net zo irritant als ongewenst gedwongen worden om mee te roken.”

    Als het aan de hoogleraar zou liggen, dan zouden alle scholen hun rug recht houden en per direct een smartphoneverbod invoeren. “Kinderen, maar ook volwassenen kunnen alle piepjes en pushberichten moeilijk of zelfs niet negeren. Zij voelen zich gedwongen om ernaar te kijken”, legt hij uit. “Dat moet je zeker bij tieners niet gaan stimuleren. Je legt ook geen spuit heroïne voor een junk neer.”

    Ook cijfers van de overheid bevestigen dit beeld. Uit een groot, representatief onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek & Advies bleek eind vorig jaar dat smartphones in de klas leiden tot lagere cijfers en verminderde taal- en leesvaardigheid bij scholieren op de middelbare school. Vrijwel alle Nederlandse docenten vinden dat hun leerlingen onder schooltijd te veel tijd op sociale media doorbrengen.

    Meer scholen maken afspraken over mobieltjes in de klas

    De stichting Kennisnet is gespecialiseerd in de relatie tussen onderwijs en moderne technologie. “Ik zie dat scholen er de afgelopen drie jaar steeds beter mee omgaan”, stelt Remco Pijpers, specialist jeugd en media. “Het is belangrijk dat er binnen scholen over wordt gepraat door de directie en docenten, en dat er één lijn wordt getrokken. Het werkt niet als er maar één of twee docenten zijn die mobieltjes in het lokaal verbieden.”

    Nederlandse scholen proberen een balans te vinden tussen de voor- en nadelen van smartphones, merkt hij. “Nieuwe technologieën bieden ook veel voordelen: denk aan het snel doorgeven van lesstof of roosterwijzigingen. Bovendien moet je kinderen ook klaarstomen voor een samenleving waarin ICT-toepassingen niet meer weg te denken zijn.”

    Hij hoort veel verhalen van docenten die soms wat moedeloos worden van de strijd tegen de oprukkende smartphones. “Tegen het leger van verslavingsexperts in Silicon Valley valt eigenlijk niet op te boksen”, stelt Pijpers. “Docenten zijn opgeleid om les te geven, om kinderen te boeien. Maar het is een zeer ongelijke strijd als je het moet opnemen tegen een apparaat dat zo onvoorstelbaar veel niet te negeren impulsen afgeeft.”

    ‘Ouders dragen ook verantwoordelijkheid’

    Sommige docenten nemen het leren focussen tegenwoordig op in hun lesstof, omdat kinderen dat door hun verslaving aan piepjes en appjes amper meer kunnen. “Maar dit soort grote kwesties kun je niet alleen op het bord van de docenten leggen. De basis van verantwoord smartphonegebruik moet eigenlijk door de ouders worden bijgebracht. Zij beslissen in principe ook wanneer een kind zijn of haar eerste iPhone of iPad krijgt.”

    Veel ouders worstelen met deze kwesties, beaamt orthopedagoog Riemke Groeneveld. “Ze hebben er een extra opvoedende taak bij gekregen, eentje waar zij zelf als kind geen enkele ervaring mee hebben opgedaan”, stelt ze. “Dat leidt continu tot nieuwe vragen: hoe neem je smartphones mee in de opvoeding? Hoe praat je erover met je kind, hoe ga je ermee om als regels worden overtreden?”

    Kinderen hebben richtlijnen nodig om gebruik te toetsen

    Zoals bij elk onderwerp is het vooral van groot belang om eerlijk met kinderen te blijven communiceren, stelt Groeneveld. “En stel duidelijke regels op die je kunt toetsen. Dat biedt kinderen een handvat om te leren hoe ze met moderne apparatuur moeten omgaan.”

    Bespreek of de smartphone tijdens de uren dat huiswerk wordt gemaakt weggelegd kan worden. “En probeer als de kinderen jong zijn altijd een vorm van toezicht te houden op wat zij precies doen op hun laptop of iPhone. Leg ook uit waarom je dat wilt doen, maak inzichtelijk waarom die regels er zijn. En wellicht het belangrijkste: geef zelf het goede voorbeeld en zit ook niet de hele avond op het schermpje te turen.

    ‘Kritiek is er altijd, welk besluit je ook neemt’

    Het Theresialyceum in Tilburg is een van de scholen die het gebruik van smartphones in de twee onderste klassen heeft verboden. De resultaten op basis van de eerste maand zijn positief, stelt rector Tomas Oudejans. “We zorgen dat kinderen in het klaslokaal een laptop hebben om de opdracht uit te voeren”, legt hij uit.

    “Maar ze missen tijdens de lessen de enorme druk die van dat piepende apparaat uitgaat. De vloek van ‘fomo’, oftewel fear of missing out. Ze renden zodra de bel ging weer naar hun kluisje om de telefoon te checken en liepen als zombies naar de volgende klas.”

    De leerlingen waren eigenlijk opvallend snel aan de nieuwe regels gewend, aldus Oudejans. Hij kan de nieuwe richtlijnen op basis van de eerste ervaringen absoluut aanraden aan andere scholen. “Natuurlijk was er wel kritiek”, erkent hij. “Sommige ouders keuren het af, andere ouders vinden dat we niet ver genoeg gaan. Maar dat is een beetje inherent aan het onderwijs: dat zul je altijd houden, welk besluit je ook neemt.”