Ministerie wil zekerheid dat extra geld onderwijs bij leraren terechtkomt

    0
    360

    Het ministerie van Financiën vertrouwt er niet op dat de lerarensalarissen stijgen als het extra toegezegde geld zomaar op de rekening van schoolbesturen wordt gestort.

    Er is te vaak geld op de grote hoop verdwenen dat eigenlijk voor specifieke verbeteringen was gegeven, meent het ministerie.

    Het kabinet heeft 270 miljoen euro extra uitgetrokken voor betere salarissen van basisschoolleraren. Om ervoor te zorgen dat dat hele bedrag ook écht naar de leraren gaat, heeft het ministerie van Financiën op aanvullende voorwaarden gehamerd. Dat blijkt uit een notitie die het ministerie eind november opstelde en via een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (wob) bij deze krant kwam.

    In de brief klinkt het wantrouwen door. ‘Uit het verleden blijkt dat extra middelen voor hogere lonen vaak niet leiden tot daadwerkelijke loonsverhogingen.’ En: ‘Eerder is al gebleken dat het niet vanzelfsprekend is dat extra middelen conform afspraak worden besteed.’

    Het ministerie van Financiën wijst op de 290 miljoen euro die het kabinet in 2008 uittrok om 40 procent van de leraren naar een hogere salarisschaal te helpen. Daarvan is weinig terechtgekomen. Het geld is naar de scholen gegaan, maar de regering heeft geen idee waaraan het precies is besteed. ‘Het is daarom van belang dat er garanties of betere afspraken komen.’

    Wantrouwen

    Schoolleiders en -bestuurders merken een gebrek aan vertrouwen. Dat heeft alles te maken met verwachtingen, verklaart Petra van Haren, voorzitter van de Algemene Vereniging Schoolleiders. ,,Aan de ene kant heb je schoolbesturen die zelf mogen bepalen hoe ze hun geld uitgeven. Aan de andere kant heb je het ministerie dat geld erbij geeft met een bepaald doel. Die twee matchen niet.” Want scholen beklagen zich al jaren over het geldtekort waarmee ze worstelen. Moeten ze kinderen in de kou laten zitten, omdat ze de energierekening niet kunnen betalen als er meer geld naar salarissen moet?

    Sectororganisatie PO Raad betreurt het wantrouwen. ,,Volstrekt onnodig. Ook bij Financiën weten ze dat onze basisbekostiging niet op orde is”, aldus zegsman Ad Veen. ,,Het beeld van de sector is pijnlijk en onterecht. Het had niet zo hoeven zijn als het ministerie zich had verdiept in de financiële problemen in onze sector.”

    ‘Probleem zit in het systeem’

    Zelf noemt het ministerie van Financiën het geen wantrouwen. ,,Het is het systeem van de lumpsum. Als je geld toevoegt, kunnen scholen zelf bekijken waar ze het aan uitgeven. Maar wij willen dit geld heel gericht inzetten voor salarissen”, aldus woordvoerder Hayat Eltalhaui. Het ministerie houdt het extra geld vast, totdat er specifieke plannen liggen.

    Onderwijsbonden AOb en CNV Onderwijs snappen de zorgen van het kabinet. Zij vinden ook dat het geld echt naar het loon van de leraren moet. ,,In wiens belang zou het zijn om dat geld niet bij de leraren te krijgen? Dit is echt voor de leraren, dat willen wij ook. Daar hebben we voor gevochten”, reageert Loek Schueler, voorzitter van CNV Onderwijs. De bonden pleiten al langer voor een verandering van de geldstromen. Ze vinden dat er een schot moet komen tussen het geld dat scholen krijgen voor salarissen en voor materiële kosten zoals it, energie of gebouwonderhoud.