Minder toetsen, meer feedback

    0
    1620

    Middelbare scholieren hobbelen van controlepunt naar controlepunt. Het wordt tijd voor meer feedback en minder cijfers. Dat zegt Anouk Gielen, voorzitter van het Landelijk Aktie Komité Scholieren (LAKS). Als een docent meer inzicht krijgt in hoe iemand leert, kan hij veel effectiever lesgeven.

    Dit artikel verscheen eerder in vakblad Toets! en is geschreven door Tirza de Fockert. Dit is een ingekorte versie van het interview met Anouk Gielen in Toets! 9. Anouk Gielen is voorzitter van het Landelijk Aktie Komité Scholieren (LAKS) en leerling in 6 VWO. Lees het complete interview op de website van Toets! Magazine.

    Hoe is het volgens leerlingen gesteld met toetsing in het voortgezet onderwijs?

    ‘Toetsing is helaas een heel groot onderdeel van het onderwijs. Op veel scholen zijn toetsen te veel een momentopname, waarbij te veel waarde gehecht wordt aan het cijfer en te weinig feedback wordt gegeven. Dat is niet in het belang van de leerling, dan kun je niet leren van de fouten die je maakt in de toetsen.’

    Hoe zou het dan wél moeten?

    ‘Wat wij heel graag zouden zien is meer formatief evalueren. Dat docenten meer feedback geven, maar vervolgens ook samen met jou als leerling kijken hoe het de volgende keer beter kan gaan. Wat is er fout gegaan, wat is er goed gegaan? Daar zouden wij heel erg voorstander van zijn.’

    Beoordelingen die meer in dienst staan van het onderwijs?

    ‘Onderwijs kan niet honderd procent zonder toetsen, en ik denk ook niet dat je dat moet willen. Maar je moet wel zo toetsen dat de leerling er wat aan heeft. Op veel is de riedel toch nog: hoofdstuk, toets, cijfer, volgende hoofdstuk. Vaak komt de getoetste stof niet meer terug. Daarnaast is de vorm van schriftelijke kennistoetsen niet een vorm die niet bij iedere leerling past.

    Vaststellen of iemand iets geleerd heeft kan ook door projecten of presentaties. Sommigen kunnen daarmee veel beter laten zien of ze iets geleerd hebben. Het schijnt ook goed te werken om zelf vragen te verzinnen bij de lesstof. Allemaal andere manieren van de stof verwerken, in plaats van een blaadje voor je neus en pennen maar.’

    Kun je een voorbeeld geven van een school waarvan LAKS zegt: ‘kijk, zo kan het ook?’

    ‘Een bestuurslid van ons zit op het Piter Jelles !mpuls in Leeuwarden. Dat is een school waar feedback heel belangrijk is. Wat heb je er van geleerd? Wat is fout gegaan, wat is goed gegaan? Die terugblik op het leerproces gebeurt in toetsen, maar ook in regelmatige reflectiemomenten. Zo krijg je niet alleen inzicht in wát je leert, maar krijg je ook beter vat op hoe je leert. Dat is ook goed voor de docent. Door meer inzicht te krijgen in hoe iemand leert, kun je veel effectiever les geven.’

    Wat is volgens jou het grootste obstakel als het gaat om ‘anders’ toetsen?

    ‘In de bovenbouw hangt op veel scholen het centraal examen als een soort donkere wolk boven de meeste lessen. Daar hangt zoveel van af, dat veel vakken op vele scholen compleet op dat centraal examen zijn ingericht. Docenten en leerlingen voelen dat, maar ook schoolleiders. Je leert geen stof, je leert een trucje. Natuurlijk moet er gewaarborgd worden dat iedere leerling van school gaat met een waardig diploma. Maar die ene toets hoeft niet vijftig procent van je eindcijfer te bepalen. Wat ons betreft zou het cijfer van de schoolexamens zwaarder mogen wegen. Als je minder gewicht hangt aan het centraal examen, komt er in de bovenbouw veel meer ruimte vrij om echt iets te leren.’