Lesgeven is populair, maar lang niet iedereen wil fulltime voor de klas

    0
    674

    Veertig procent van de werkende mensen die op dit moment geen leraar zijn of een opleiding tot leraar volgen, heeft interesse om les te geven. Dat meldt het Platform Bèta Techniek (PBT) op basis van een onderzoek onder bijna 1400 mensen.

    Uit het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Motivaction, blijkt volgens het PBT dat veel mensen best willen lesgeven, maar niet altijd fulltime en voor de rest van hun werkzame leven. Ook vinden ze de doorgroeimogelijkheden nu te beperkt. Er is meer behoefte aan meer uitdaging.

    Het platform heeft het onderzoek laten uitvoeren omdat er een tekort aan leraren is in het technisch onderwijs. Vooral op sommige scholen voor voortgezet onderwijs is het lastig om docenten te vinden voor bètavakken en vreemde talen. Ook op basisscholen is er een tekort.

    Het Platform Bèta Techniek (PBT) is in 2004 opgericht door de ministeries van Economische Zaken, Onderwijs en Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Doel is het stimuleren van bètatechnici, zowel op kwantitatief als kwalitatief gebied.

    Het onderzoek van Motivaction richt zich op alle facetten binnen het onderwijs, dus niet alleen de bètakant. Ook gaat het hier over zowel primair onderwijs (PO) als voortgezet onderwijs (VO) als middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

    In het onderzoek is docenten en niet-docenten vooral gevraagd naar hun motivatie om les te willen geven. Mensen die nog geen docent zijn, zeggen dat ze graag kinderen en jongeren willen helpen om het beste uit zichzelf te halen. Ze willen vakinhoudelijke kennis overbrengen en iets bijdragen aan de maatschappij. Diezelfde motivatie is te horen bij docenten. Zij zeggen bovendien dat ze voldoening halen uit het contact met kinderen.

    De ondervraagde mensen geven aan dat ze het leraarschap graag op een andere manier ingericht zouden zien. Veertig tot vijftig jaar lang voor de klas vinden ze niet meer van deze tijd. Leraren hebben behoefte aan meer uitdaging.

    “Alsof je een artiest bent die elk concert dezelfde liedjes zingt, jaar in, jaar uit.”

    Dat zegt ook Moundir El Ouarrat, die basisschoolonderwijzer is op de Dongeschool in Amsterdam. “In het bedrijfsleven kun je jezelf ontwikkelen, doorstromen en doorgroeien. In het onderwijs blijf je uit hetzelfde rekenboek werken, hetzelfde taalboek. Het is elk jaar hetzelfde riedeltje. Alsof je een artiest bent die elk concert dezelfde liedjes zingt, jaar in, jaar uit.”

    “Dat gaat wel eens vervelen”, zegt een woordvoerder van het PBT naar aanleiding van het onderzoek. “Als we niet willen dat deze mensen op een gegeven moment uit het onderwijs stromen, dan moet daar iets aan gedaan worden. Het denken over onderwijs moet op de schop, het moet veel flexibeler worden.”

    Vanmiddag worden de resultaten van het onderzoek overhandigd aan de ministers Van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media).

    De overheid heeft de afgelopen jaren veel energie gestoken in de zoektocht naar leraren. Toch is dat niet gelukt. Vooral basisscholen kampen nu al met een tekort en dat loopt de komende jaren op. Maar ook middelbare scholen hebben in sommige regio’s steeds meer moeite om leraren te vinden.

    Daarom doet het PBT naar aanleiding van dit onderzoek aanbevelingen om het onderwijs aantrekkelijker te maken. Onder meer door andere vormen aan te bieden aan mensen die niet fulltime les willen geven. Zo’n voorbeeld is architect Rik Adriaans. Hij geeft twee ochtenden in de week les op het Eckartcollege in Eindhoven, met veel plezier.

    “Het zorgt voor afwisseling in mijn werkweek. Als ik op school kom, dan kom ik uit mijn bedrijfsbubbel.” Alleen lesgeven zou hij niet willen. Hij is vooral architect. Maar op deze manier een bijdrage leveren vindt hij heel goed. “Ik geef het vak Onderzoek & Ontwerp op het Technasium. Dat is een examenvak. Daarbij laat ik de leerlingen oefenen met zaken die ik in mijn dagelijkse praktijk als architect ook tegenkom.”