Leraren over het leraarschap en ontwikkeling beroep

    0
    296

    Meer vrijheid over lessen en lokalen. Alleen dan kunnen docenten maatwerk leveren en leerlingen centraal stellen. Nu staat nog te vaak het rooster centraal. Leraren geven aan dat ze moeten oppassen: ze moeten niet alleen een uitvoerder worden van andermans ideeën.

    Dat staat in het ‘visiedocument’ dat de AOb onlangs aan de Onderwijsraad, het adviesorgaan van de regering, heeft aangeboden. De raad is bezig met een groot advies over loopbanen van leraren. De AOb vroeg aan leraren uit het po, vo, mbo en hbo, hoe zij tegen het leraarschap en de toekomst van hun beroep aankijken. De bond hoopt dat het document leerzaam is en inspiratie biedt aan beleidsmakers, directeuren, teamleiders, bestuurders en politici.

    Hoe denken leraren over het leraarschap, de toekomst van hun beroep en wat betekent dit voor scholen, beleidsmakers en vakorganisaties? De AOb ondervroeg 57 leraren, zij gaven antwoord op deze vragen.

    Het beroep is veelzijdig, concluderen de ondervraagde leraren. Ze zijn onderwijzer, maar ook coach. De kern van het werk bestaat altijd uit: pedagogiek, didactiek en vakinhoudelijke kennis. Uit de gesprekken met de leraren blijkt dat persoonlijke vorming, burgerschap en opvoeding steeds meer de boventoon voeren. ‘Deze verwachtingen overtreffen vaak de rol die leraren voor zichzelf zien weggelegd’, zo staat in het document. Ook zijn de docenten het eens dat als je voor de klas staat een volwaardige leraar moet zijn. Dat betekent: bevoegd en minimaal hbo-niveau. Wel ervaren leraren te weinig tijd voor persoonlijke ontwikkeling.

    In de toekomst denken de leraren dat ze meer coachend bezig zullen zijn en minder klassikaal onderwijs geven. Wel geven ze dan een sterkere pedagogische individuele begeleiding. In de visie benadrukken leraren dat ict een middel is en geen doel. Fysieke interactie zal altijd belangrijk blijven.

    Invloed

    Als aanbevelingen geven leraren aan dat er meer ruimte moet zijn voor bijscholing. En ze willen meer autonomie zodat ze de leerling centraal kunnen stellen. ‘Professionele ruimte en waardering zijn belangrijke voorwaarden om als leraar goed te functioneren’, zo staat in het document. Uit de gesprekken blijkt dat leraren een kantelpunt voelen: verregaande autonomie van leraren en leerlingen is wenselijk. Maar als ze niet oppassen valt het de verkeerde kant op: de leraar is dan pedagogisch bekwaam, maar verder wordt alles van buitenaf opgelegd.