Leraar krijgt bij hulp aan zorgleerlingen te weinig steun

    0
    509

    Leraren in het primair onderwijs vinden dat ze onvoldoende tijd en faciliteiten krijgen om de juiste ondersteuning te bieden aan zorgleerlingen. Ruim 90 procent van de ondervraagde leraren geeft dit aan een enquête van de AOb. Ook is er bij leraren veel onduidelijkheid wanneer ze extra zorg kunnen inzetten voor leerlingen.

    “Wij pleiten er voor de zoveelste keer voor leraren te vragen welke ondersteuning ze nodig hebben”, zegt AOb-voorzitter Liesbeth Verheggen. “Zij moeten hierover besluiten en niet de besturen in het samenwerkingsverband. Deze enquête laat wederom zien dat dit nodig is.”

    In totaal vulden 227 respondenten de vragenlijst in. De meeste ondervraagden werken in het basisonderwijs en een kleiner deel in het speciaal onderwijs. De AOb wil met de ondersteuningscheck achterhalen wat scholen op dit moment aan ondersteuning bieden. Sinds de invoering van passend onderwijs in 2014 hebben scholen een zorgplicht en moeten zij ondersteuning bieden aan leerlingen die extra hulp nodig hebben. Daarvoor zijn samenwerkingsverbanden opgericht die zelf bepalen wat er onder de basisondersteuning valt.

    Onduidelijkheid

    Ruim 90 procent van de ondervraagde leraren geeft aan dat ze niet de juiste ondersteuning kunnen bieden. ‘Nog steeds vinden leraren dat ze onvoldoende in staat worden gesteld om hun taak uit te voeren’, zei Verheggen bij Radio1. ‘En dat zit vooral in de tijd. Ze kunnen niet die extra aandacht geven.’ Gemiddeld zitten er in een reguliere basisschoolklas 3 tot 5 leerlingen die extra zorg nodig hebben.

    Drie op de vijf leraren geeft aan dat er onvoldoende geld is om de leerlingen de juiste ondersteuning te bieden. Daarnaast blijkt dat er veel onduidelijkheid is over de zorg, over wat er nu valt onder de basiszorg en wanneer je gebruik kan maken van extra zorg. Tweederde van de leerkrachten geeft dit aan in de enquête.

    Basisondersteuning

    Al sinds de invoering van passend onderwijs pleit de AOb voor het wettelijk vastleggen van één landelijk niveau voor basisondersteuning. Zo weten ouders, scholen en leerkrachten waar ze aan toe zijn en wat ze kunnen verwachten. Verheggen herhaalde deze boodschap vanochtend bij Radio 1.

    Voor het eerst is ook gevraagd naar de verschillen in de zorg aan leerlingen. Zo blijkt dat scholen vaak wel passende zorg kunnen bieden aan leerlingen met dyslexie, een milde vorm van autisme, hoogbegaafden en leerlingen die medicijnen slikken. Een lastigere klus vinden de leraren ondersteuning aan leerlingen die doof of blind zijn en leerlingen die gedragsproblemen hebben of een aangepaste instructieruimte nodig hebben. Een ruime meerderheid van de respondenten geeft aan dat de school hier geen passende oplossing voor heeft.