Kind slechter af in combinatieklas

    0
    1873

    Kinderen die op de basisschool les krijgen in een combinatiegroep -waarbij meer leerjaren bij elkaar zitten-, krijgen minder goed les dan leerlingen die in een homogene groep zitten. „De kwaliteit van het didactisch handelen van de leerkracht is daar lager”, zegt inspecteur Erik Thoonen van de Onderwijsinspectie.

    Volgens de Inspectie krijgen kinderen in een combiklas in het algemeen minder duidelijke uitleg, en zijn ze minder betrokken en taakgericht.

    De Inspectie concludeert dit op basis van 7000 lesobservaties op basisscholen over de afgelopen vijf jaar. „Scholen die structureel combinatiegroepen samenstellen moeten zich hiervan bewust worden en inzien dat verbetering mogelijk moet zijn”, stelt woordvoerder Jan-Willem Swane van de Inspectie. „Je wilt voor alle leerlingen de beste leraren voor de klas, maar niet alle leraren hebben de kwaliteit ervoor. Want lesgeven aan een combinatiegroep is extra ingewikkeld.”

    Thoonen verduidelijkt: „Lesgeven in combinatiegroepen doet een bovengemiddeld beroep op de leerkracht. In het algemeen krijgen de leerlingen in zo’n groep vaker minder duidelijke uitleg, zijn ze minder betrokken en taakgericht.” Uit de lesobservaties blijkt dat de leraren van combinatieklassen worstelen met de organisatie en de afstemming van het onderwijs. Ze moeten in eenzelfde hoeveelheid tijd hun onderwijs afstemmen op grotere verschillen tussen leerlingen dan leraren in een homogene groep. „Blijkbaar weet een deel van de leraren dit niet zodanig te organiseren.”

    Bij de belangenorganisatie Ouders&Onderwijs komen regelmatig klachten van ouders binnen over de combinatieklassen. Peter Hulsen: „Ouders zijn van nature tegen combinatiegroepen; ze zijn -zo blijkt nu- terecht bang dat de kwaliteit van het onderwijs eronder lijdt omdat de leraar zijn aandacht moet verdelen. De redenen waarom een school combinatieklassen maakt, zijn meestal niet duidelijk voor ouders. Vaak lijkt het gewoon een noodoplossing omdat er te weinig leerkrachten zijn. We krijgen meldingen van hele rare combinaties. Groep 4 en 6 bijvoorbeeld. Of de ’slimste’ kinderen uit groep 5 bij ’domste’ uit groep 4, vanuit de gedachte dat de leerlingen elkaar coachen.”

    In ons land zijn 1,4 miljoen basisschoolkinderen. Er wordt niet geregistreerd hoeveel scholen combinatiegroepen hebben. Scholen gaan er toe over omdat ze te weinig leerlingen hebben om 8 groepen te vullen, er te weinig leraren zijn of omdat het onderwijsconcept erop is ingericht. Leerkracht Thijs Roovers van de Leonardo da Vincischool: „Gelukkig sta ik voor een homogene groep, dat is ook beleid van de school. Met minimaal drie instructieniveaus per groep is het al buffelen. Dat keer twee is niet te doen. Maar soms ontkom je er niet aan. We hebben het twee jaar achter elkaar moeten doen omdat er simpelweg te kleine klassen waren en we geen formatie genoeg hadden.”

    Onderwijskundige Casper Hulshof, verbonden aan de Universiteit Utrecht, stelt dat het concept combinatiegroep aansluit bij de visie dat leerlingen van elkaar kunnen leren. „Volgens mij zijn sommige onderwijsvormen zoals Montessorischolen er helemaal op ingesteld, en dan is ook de leerkracht het gewend. Ik denk dat het daar beter gaat.” Hulsen vindt dat scholen moeten anticiperen op de zorgen die ouders hebben als het om combinatieklassen gaat. „Ze moeten niet net voor het einde van het schooljaar plompverloren meedelen dat kinderen in een combiklas terechtkomen.”

    De koepelorganisatie van basisscholen, de PO-Raad, heeft het inspectierapport nog niet bestudeerd. Woordvoerder Ad Veen: Feit is dat sommige scholen aangewezen zijn op combinatieklassen in verband met het leerlingenaantal, ze kunnen vaak niet anders. Er zijn echter ook scholen die combiklassen in het onderwijsconcept van de school verankeren. Maar de kwaliteit van het onderwijs moet uiteraard gewoon goed zijn, daar mag geen twijfel over bestaan.”