Gymnastiek in de toekomst: minder sporten en meer bewegen

    0
    610

    “We kunnen wel een update gebruiken”, zegt Léon Neven. Hij is gymdocent op middelbare school De Goudse Waarden in Gouda en heeft een duidelijke mening over de toekomst van zijn vak. “Het lesprogramma in het basis- en voortgezet onderwijs is elf jaar geleden voor het laatst aangepast. Het is helemaal niet slecht, maar komt wel uit 2007.” Daarom is hij niet alleen druk met de lessen van vandaag, maar ook die van over een paar jaar.

    Wat moeten kinderen kennen en kunnen op school? Gymdocent Neven is niet de enige die zich met die vraag bezighoudt. De laatste poging om het antwoord op die vraag te vinden resulteerde in het project ‘Onderwijs2032’. Toenmalig VVD-staatssecretaris Sander Dekker lanceerde in 2014 een brainstorm over wat kinderen moeten leren op de basisschool. Maar dat was niet goed genoeg.

    Daarom is er nu een vervolg, ‘Curriculum.nu’. 125 leraren, 18 schoolleiders en 80 scholen gaan in negen ‘ontwikkelteams’ het komende jaar werken aan een visie over het onderwijs van de toekomst. In tegenstelling tot ‘Onderwijs2032’ hebben leraren in dit project een sleutelpositie.

    ‘We moeten meer bewegen en minder sporten’

    Léon Neven vindt het belangrijk dat hij mag meedenken over de toekomst van het onderwijs. “Ik werk al 12,5 jaar in dit vak, dus ik zit er lang genoeg in om te weten waar ik het over heb.” Samen met dertien andere docenten en schoolleiders zit hij in het team dat een visie gaat ontwikkelen voor beweging en sport op scholen.

    Niet alleen vakken als Engels en wiskunde, maar ook de gymles kan wat vernieuwing gebruiken. Tafeltennis, basketbal, voetbal: het zijn volgens Neven allemaal standaard sporten die nu in het programma staan. “Er zijn meer sporten, we moeten onze kinderen breder opleiden. Onze lessen moeten immers wel matchen met wat er in Nederland leeft aan bewegen.”

    Sportcultuur

    Ook kijkt het team naar nieuwe mogelijkheden om de lessen te verbeteren. “Moet er bijvoorbeeld niet meer aandacht komen voor technologische ontwikkelingen en digitale vaardigheden?”, zegt hij. Maar het is vooral kijken naar hoe de sportcultuur in Nederland verandert, benadrukt de gymdocent: “We zitten niet meer allemaal in een cirkel te sporten. Daar moeten wij de lessen op aanpassen. Minder gericht op sporten, maar meer op bewegen.”

    Volgende week gaat Neven voor het eerst met zijn collega’s rond de tafel zitten om over vernieuwing te praten. Over een jaar moeten ze een advies uitbrengen aan minister Slob. Dan gaat de Tweede Kamer er nog over discussiëren. In 2021 moeten de eerste veranderingen in het onderwijs zichtbaar worden.