Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo

    0
    495

    De minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media heeft de Onderwijsraad om advies gevraagd over het wetsvoorstel Gelijke kans op doorstroom vmbo-havo. Met dit wetsvoorstel wordt de toegang tot het havo voor vmbo’ers wettelijk geregeld, zodat overal in het land dezelfde voorwaarden voor toelating gelden. Een schoolbestuur mag een leerling die aan de voorwaarden voldoet, dan niet meer weigeren omdat het de leerling zelf niet geschikt acht voor het havo.

    De raad hoopt met dit advies een bijdrage te leveren aan een betere doorstroom vanuit de gemengde en theoretische leerweg van het vmbo naar het havo, een cruciale schakel in het Nederlandse onderwijsstelsel. De voorgestelde wettelijke regeling van toegang tot het havo voor vmbo’ers is volgens de raad een stap in de goede richting. Het is een goede zaak dat overal dezelfde formele voorwaarden voor toelating gaan gelden. Dat maakt dat vmbo’ers in het hele land een gelijke kans hebben om door te stromen en het schept duidelijkheid voor leerlingen en ouders.

    De raad benadrukt echter dat het wettelijk regelen van de toelating niet volstaat om de doorstroom van het vmbo naar het havo te verbeteren. Voor de raad geldt als uitgangspunt dat een vmbo-diploma van de gemengde of de theoretische leerweg toegang tot het havo geeft. Op dit moment komt de werkelijkheid niet overeen met dit uitgangspunt omdat er grote knelpunten zijn in de aansluiting tussen het vmbo en het havo. Die knelpunten worden met de voorgestelde wettelijke regeling niet weggenomen. Aanvullende maatregelen zijn nodig om de inhoudelijke aansluiting te verbeteren. De raad denkt daarbij aan maatregelen om leerlingen beter voor te bereiden op de overstap naar het havo – door opstroomklassen en schakelprogramma’s te stimuleren – en om leerlingen beter te begeleiden bij het maken van een bij hen passende keuze voor een vervolgopleiding – door versterking van loopbaanoriëntatie en –begeleiding in de driehoek vmbo-mbo-havo. Verder beveelt de raad aan om te werken met een overgangsperiode waarin de inspectie de slaagpercentages van havoleerlingen afkomstig uit het vmbo apart bijhoudt.

    Ten slotte is de raad er niet van overtuigd dat examen in een extra algemeen vormend vak de beste voorspeller is voor succes op het havo. Welke voorwaarden aan toegang tot het havo voor iemand met een vmbo-diploma gesteld worden, vergt een meer zorgvuldige afweging en onderbouwing.