D66 wil schoolkinderen meer privacy geven

    0
    212

    Ouders moeten niet langer te pas en te onpas kunnen kijken in het leerlingvolgsysteem om te zien hoe het met hun kind gaat. D66 wil dat scholen alleen noodzakelijke informatie delen. ,,Ook kinderen hebben recht op privacy”, stelt Kamerlid Paul van Meenen.

    In het leerlingvolgsysteem staan niet alleen cijfers, maar ook persoonlijke informatie over de sociaal-emotionele ontwikkeling van een kind. Scholen moeten terughoudend zijn sommige informatie te delen, vindt Van Menen. ,,Soms gaat het te ver. Ouders hoeven niet via een app te zien dat zoonlief een keer te laat op school was. Misschien stond-ie nog even te zoenen in de fietsenstalling. Geef kinderen een beetje de ruimte, zonder dat papa en mama je op de vingers kijken.”

    Van Meenen wil dat minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) afspraken maakt met scholen en ouders over zaken die wel en niet gedeeld worden. De regeringspartijen VVD, CDA en ChristenUnie steunen het voorstel van hun coalitiepartner.

    Door technologische innovaties laten steeds meer scholen ouders online meekijken in het leerlingvolgsysteem, zoals ParnasSys (basisonderwijs) en Magister (voortgezet onderwijs). Van Meenen vreest dat kinderen daardoor gevangen komen te zitten in een ‘glazen digitale kooi’. Volgens hem kunnen scholen ook op een andere manier belangrijke informatie delen, bijvoorbeeld in een gesprek met de leraar of door een telefoontje te plegen.

    Van Meenen: ,,Soms weet je als ouder al eerder dan je kind wat voor cijfer hij heeft gehaald bij een toets. Als ik de klas werd uitgestuurd, of ik had even ruzie met een klasgenoot, dan kwam dat in een papieren map. Als het nodig was, werden mijn ouders er bij gehaald. Dan wist ik dat het menens was. Nu zien papa en mama bijna realtime via de app wat hun kind uitspookt. Scholen en ouders zijn verstandig. Als het nodig is, weten ze elkaar echt wel te vinden.”

    Vrijheid

    Volgens het D66-Kamerlid hebben pubers een bepaalde mate van vrijheid nodig om verantwoordelijkheid te leren nemen. Die ruimte moeten scholen en ouders hun gunnen. ,,Wanneer pubers van school afgaan, moeten ze geleerd hebben om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun gedrag”, aldus Van Meenen.