Bedrijfsleven, overheid en onderwijs moeten samen werken aan arbeidsmarktkrapte

    0
    207

    De economie draait op volle toeren en de werkloosheid is op het laagste punt in acht jaar tijd. Goed nieuws, ware het niet dat gevaar op oververhitting op de loer ligt. Nu al hebben veel bedrijven moeite om aan voldoende medewerkers te komen. Als we niets doen, komen we in een periode van langdurige arbeidsmarktkrapte terecht, met een sterke afkoeling van onze economie als gevolg.

    Dat is volstrekt onnodig. Want volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft Nederland een onbenut arbeidsmarktpotentieel van zo’n 1,3 miljoen mensen. Als alle (extra) uren die deze mensen zeggen te willen werken, worden opgeteld, gaat het om zevenhonderdduizend voltijdbanen.

    Meer dan de helft van het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit vrouwen. Nederland heeft zich opgewerkt tot wereldkampioen deeltijdwerken. Zo werken twee van de drie jonge vrouwen tot 25 jaar parttime, blijkt uit cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Als we het potentieel verder ontleden zien we 260.000 jongeren die niet meer op school zitten, maar ook geen werk hebben. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en migranten zijn ondervertegenwoordigd, en is er veel verborgen werkeloosheid onder ZZP’ers.

    Twintig procent van het onbenut arbeidspotentieel bestaat uit 55-plussers. Deels is dit verklaarbaar door ons pensioensysteem en onze welvaart. Hierdoor kunnen relatief veel mensen eerder stoppen met werken. Aan de vraagkant zien we 55-plussers die wel willen werken, maar niet aan de bak komen. Ze worden gezien als duur en niet flexibel.

    Een gezamenlijke inspanning

    Wij zijn van oordeel dat er dringend maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat Nederland zijn potentiële groei kan realiseren. Daarvoor is een gezamenlijke inspanning van CEO’s, overheid en onderwijs noodzakelijk.

    Het doel moet zijn om het totale arbeidsaanbod met 15% te verhogen. Ten eerste door in te zetten op bètatechniek in het beroepsonderwijs, om jongeren voor te bereiden op de banen van de toekomst. CEO’s zijn zeer bezorgd dat de arbeidsmarkt straks niet voorziet in de juiste competenties, zo blijkt uit een studie onder CEO’s door PwC. ASML waarschuwt dat de Nederlandse vijver van technici is leeggevist. Ook is er behoefte aan zachte vaardigheden zoals verbeeldingskracht en integriteit, zodat er technologische innovaties ontstaan die ertoe doen. CEO’s moeten op hun beurt, naar Duits en Zweeds voorbeeld, meer leerplekken en stages aanbieden.

    Ten tweede moeten meevallers in de rijksbegroting en lastenverlichting worden gebruikt om het verschil tussen bruto en netto loon te verkleinen en ‘leven lang leren’ te faciliteren. Er zijn constructies denkbaar waarbij de ‘wig’ zodanig wordt verkleind dat de prikkel om ouderen aan te nemen wordt vergroot en gepercipieerde lagere productiviteit van ouderen wordt gecompenseerd.

    Ten derde moet het migratiebeleid worden verruimd. De vraag naar arbeid stijgt zo explosief dat het toekomstgericht opleiden van werknemers en belastingmaatregelen de knelpunten op korte termijn niet kunnen ondervangen, bijvoorbeeld in de bouw.

    Er is acuut meer arbeidskracht uit het buitenland nodig. Ook de integratie op de arbeidsmarkt van vluchtelingen met een verblijfsstatus kan sneller en beter. Overheidsregels voor het omzetten van buitenlandse diploma’s moeten bijvoorbeeld tegen het licht worden gehouden.

    Ten slotte is meer aandacht nodig voor economische prikkels, zoals betaalbare kinderopvang, gunstigere fiscale behandeling van het tweede inkomen en het gelijktrekken van de beloning van mannen en vrouwen.

    Een deltaplan is nodig

    Er zit nog flink rek in de Nederlandse arbeidsmarkt, maar het benutten daarvan vereist een deltaplan. Van de overheid verwachten wij flankerend beleid, van fiscale stimulering tot het leggen van de juiste accenten in het migratie- en onderwijsbeleid en de verlaging van de kosten van arbeid. Onderwijsinstellingen zullen moeten veranderen en bijscholingscursussen moeten aanbieden die zijn gericht op de duurzame inzetbaarheid van (oudere) werkenden.

    CEO’s zullen oprecht en zichtbaar verantwoordelijkheid moeten nemen. Door te werken aan organisaties waarin niet één cultuur dominant is, maar het prettig werken is voor mensen met uiteenlopende achtergronden.