Anders kijken naar kwaliteit

    0
    319

    Een jaar geleden begon de Inspectie van het Onderwijs met haar nieuwe toezicht. Dat begint nu bij schoolbesturen in plaats van bij de scholen zelf. Besturen die ondersteuning kunnen gebruiken, kunnen hulp krijgen uit het programma Goed Worden, Goed Blijven van de PO-Raad. ,,Het nieuwe toezicht is een leerproces.’’

    Als analist van ondersteuningsprogramma Goed Worden, Goed Blijven (GWGB) kwam hij regelmatig over de vloer bij scholen. En dan hielp hij als de kwaliteit volgens de Inspectie van het Onderwijs niet goed genoeg was. Maar nu diezelfde inspectie sinds augustus 2017 haar onderzoek begint bij besturen in plaats van bij individuele scholen, richt Jos van der Pluijm zijn ondersteuning vooral op de besturen.

    ,,Zij waren natuurlijk altijd al verantwoordelijk voor de kwaliteit op hun scholen, maar in het verleden was kwaliteit in de praktijk veel meer iets van de schoolleider en zijn school’’, vertelt Van der Pluijm. ,,Met het nieuwe toezicht worden niet de scholen maar de besturen direct aangesproken. Van hen wordt bijvoorbeeld verwacht dat ze hun kwaliteitszorg op orde hebben, zodat ze zicht hebben op de kwaliteit van hun scholen. Dat betekent dat je weet hoe je scholen het doen en dat je een plan hebt om bij te sturen als dat nodig is. Dat vraagt een andere manier van kijken en werken, dat lukt nog niet ieder bestuur.’’

    Sinds kort heeft de PO-Raad daarom binnen haar bekende programma Goed Worden Goed Blijven ook een ondersteuningsprogramma voor besturen. Wie van de inspectie een herstelopdracht heeft gekregen en dus op een van de indicatoren – kwaliteitszorg, kwaliteitscultuur, verantwoording – onvoldoende scoort, kan ondersteuning inroepen van Van der Pluijm en zijn collega’s van GWGB.

    Een lastig verhaal

    Dat betekent vervolgens niet per definitie dat de scholen van deze besturen het dan ook niet goed doen, tekent projectleider bij de PO-Raad Anneke van der Linde aan. ,,Je scholen kunnen het nog zo goed doen, als je als bestuur geen systematiek hebt om problemen te herkennen en aan te pakken, wordt het gezien de huidige regels alsnog een lastig verhaal.’’

    Waar besturen staan, is heel wisselend, merkt Van der Pluijm. ,,De meesten staan er gewoon goed voor. Maar sommigen hebben geen zicht op hoe hun scholen het doen. ‘Als ik niets hoor van de schoolleider, is er niets aan de hand’, zeggen ze. Anderen geven aan hun schoolleiders regelmatig te spreken, maar leggen vervolgens niets vast. Bij sommige besturen is de taakverdeling in het bestuur of afstemming met de Raad van Toezicht nog niet duidelijk genoeg of wordt de Code Goed Bestuur niet goed nageleefd.’’

    Maatwerk

    Hoe de adviseurs van het programma vervolgens met de besturen aan de slag gaan, is dan ook altijd ‘maatwerk’, zegt Van der Linde. Zo sprong een van de adviseurs in bij een bestuur waarbij een interimmer de organisatie in korte tijd op de rit moest krijgen. Een ander hielp een eenpitter in de overgangsfase van een vrijwillig naar een professioneel bestuur en er was een collega die vooral sparringpartner was van een bestuur dat een herstelopdracht had gekregen.
    Van der Pluijm ging aan de slag met twee besturen die wat betreft hun kwaliteitszorg helemaal niets hadden geregeld. ,,Er was niemand in de organisatie verantwoordelijk gemaakt voor kwaliteit. Toen hebben we een stappenplan gemaakt hoe we die kwaliteitszorg alsnog konden inbedden in de organisatie.’’

    ,,In feite helpen we iedereen bij hun eigen zoekproces en reiken we structuur en een werkwijze aan’’, zegt hij. Dat betekent ook dat de adviseurs bij het ene bestuur in een middag klaar zijn, terwijl ze met anderen een traject van een aantal maanden afspreken. Deze aanpak leidde tot tevreden besturen, bleek uit kwalitatief onderzoek tijdens de pilotfase vorig schooljaar. Toch is hulp van Van der Pluijm en Van der Linde geen garantie voor succes. Uiteindelijk moet het bestuur het immers zelf doen, benadrukken ze. Van der Pluijm: ,,Soms is er gewoon een ander type bestuur nodig.’’ ,,Maar in de meeste gevallen geldt dat het nieuwe toezicht vooral een leerproces is, zegt Van der Linde: ,,Het is een kwestie van ontwikkelen.’’