Door middel van co-teaching kun je een goede taakverdeling maken, zodat iedere activiteit of taak in de klas voldoende aandacht krijgt. Wat houdt co-teaching precies in? Welke vormen zijn er? En wat zijn de voor- en nadelen ervan? OVM zet het voor je op een rijtje.

Bij co-teaching werken twee leerkrachten of docenten in één klaslokaal als gelijkwaardige partners samen om zoveel mogelijk leerlingen de doelstellingen van een les of een lessenpakket te laten halen. Co-teaching kun je ook zien als een intensieve vorm van coaching on the job. De co-teacher wordt ingezet om de handelingsbekwaamheid van de leerkracht of docent te vergroten op basis van een hulpvraag. Hij of zij is een paar keer per week op specifieke momenten betrokken bij het lesgeven. De winst zit in het beter kunnen omgaan met de onderwijsbehoeften van leerlingen en de groei in handelingsvaardigheid.

De voor- en nadelen

Dat je als leerkracht of docent kunt groeien door middel van co-teaching is duidelijk. Daarnaast ervaar je als docent meer rust, werk je efficiënter (met zijn tweeën krijg je meer gedaan) en heb je meer tijd voor de individuele begeleiding van leerlingen.

Toch kleven er ook nadelen aan co-teaching. Ten eerste moet er voldoende onderwijzend personeel zijn: niet alleen leerkrachten en docenten, maar ook onderwijsassistenten. Het is een logistieke uitdaging om ervoor te zorgen dat alle lesgevers bijvoorbeeld eens per week hun klas kunnen overlaten aan een collega. Daarnaast kun je weerstand ervaren bij een collega die niet zit te wachten op een lesgeefpartner. Ga je als duo de uitdaging aan? Lees dan deze co-teaching-tips over hoe te beginnen met co-teaching.

Vormen van co-teaching

Het lijkt zo simpel om samen met een co-teacher lesdoelstellingen te behalen. Maar hoe krijg je dat nou concreet voor elkaar? Deze zes werkvormen helpen jou en je collega op weg naar een soepele samenwerking. Durf te experimenteren en kom erachter welke vorm het beste bij jullie past!

Observerende co-teaching: de een geeft les, de ander observeert. Winst: groei door middel van feedback. Door te kiezen voor een focusgebied krijgen beide partijen meer inzicht in het leerproces van de leerling.

Assisterende co-teaching: de een geeft les, de ander loopt rond in de klas en geeft uitleg bij de opdracht. Winst: je zet de expertise van jou en de co-teacher, op basis van inhoud, heel doelgericht in.

Parallelle co-teaching: beide lesgevers geven dezelfde inhoud aan een opgesplitste groep. Winst: ideaal voor differentiatie. Je past het tempo en de activiteiten aan de hulpvragen van de leerlingen aan.

Station co-teaching: de leerinhoud is verspreid over verschillende stations. De leerlingen doorlopen ieder station zelfstandig of met behulp van de leraren. Winst: moeilijke (gelaagde) leerstof opdelen in thema’s (stations), maakt het voor leerlingen beter te behappen. Bij de verschillende stations bied je verschillende activiteiten en werkvormen aan.

Alternatieve co-teaching: de een geeft les aan een groot deel van de groep, de ander aan een kleiner deel. Winst: ideaal voor differentiatie, de kleinere groep ontvangt gerichte hulp en ondersteuning.

Complementaire co-teaching: beiden begeleiden samen het volledige onderwijsproces voor de gehele klas. Winst: door de onderlinge dynamiek versterk je elkaar. Voorwaarde is wel dat expertise en competenties van beide lesgevers gelijkwaardig zijn.

Wil je meer te weten komen over co-teaching?

Lees dan deze praktische handreiking waarin dieper wordt ingegaan op de voordelen van co-teaching of raadpleeg deze gids waarin heel concreet wordt uitgelegd wat er voor nodig is om co-teaching tot een succes te maken. Bekijk het volgende filmpje om een goed beeld te krijgen van co-teaching in de praktijk.