3 tips om je sectie te beïnvloeden

    0
    1347

    Als het tijd is voor een nieuwe lesmethode lopen de vergaderingen vaak enorm uit. De keuze voor een nieuwe methode is dan ook erg belangrijk; je wisselt als school maar eens in de vijf jaar. En wat de beste methode is, daarover verschillen de meningen. Als sectieleider heb je ongetwijfeld een voorkeur. Maar hoe overtuig je de rest van de sectie?

    Het traject naar een nieuwe methode loopt van oriënteren via afwegen naar kiezen. Een heel proces, met hopelijk de methode van jouw voorkeur als winnaar. Bij het pleiten voor jouw favoriet kun je als docent diverse beïnvloedingstechnieken gebruiken. Als sectieleider heb je de soms lastige taak om je afdeling te overtuigen en het hele team op een lijn te krijgen. Ook hier kan het helpen om de juiste beïnvloedingstechnieken te gebruiken zodat er uiteindelijk een weloverwogen en goede keuze wordt gemaakt.

    Wanneer beïnvloeden belangrijk?

    Als meningen sterk uiteenlopen kan beïnvloeding helpen om tot een gezamenlijk akkoord te komen. Als vo-sectieleider kun je verschillende stijlen hanteren. Er wordt onderscheid gemaakt tussen overtuigen, aansporen, onderzoeken en inspireren.

    Bij overtuigen doe je een voorstel en onderbouw je de keus met argumenten (zie tip 1 hieronder). Aansporen kan op verschillende manieren, in veel gevallen doe je een beroep op je autoriteit. Kies je voor de onderzoekende stijl dan verplaats je je in de ander. Als je weet wat een collega belangrijk vindt, kun je dit gebruiken voor je beïnvloeding. Ga je voor inspireren dan leg je de nadruk op het gezamenlijke belang waar jullie voor willen gaan. Welke stijl je ook kiest, we hebben drie tips die altijd van pas komen.

    Tip 1: plus- en minpunten

    Nadat je verschillende beoordelingspakketten hebt ontvangen, blijven er vaak drie methoden over. Maak een overzicht van de belangrijkste plus- en minpunten van de methodes waartussen jullie twijfelen. Je kunt hierbij beoordelingen geven aan de structuur van een methode en de gebruiksvriendelijkheid. Maar ook de vorm: Zijn er voldoende opdrachten? Is er afwisseling in de lesstof? Is er genoeg aanvullend digitaal materiaal? Als vakgroepleider kun je er ook voor kiezen om je team plus- en minpunten te laten benoemen, zodat het uiteindelijk niet voelt alsof een keus van bovenaf is opgelegd.

    Tip 2: methodespecialist

    Heb je een voorkeur voor een bepaalde methode? Nodig dan een methodespecialist uit om de methode te presenteren aan de vakgroep. De specialist zal de sterke punten van een methode uiteraard benadrukken. Maar een methodespecialist luistert ook en gaat in gesprek met de vakgroep. Waar zijn docenten veel tijd mee kwijt? Wat zouden zij liever anders zien? Op basis daarvan kan een specialist adviseren. Ook kun je dan de diepte in duiken met hele specifieke vragen. Op basis van inhoudelijke kennis heb je meer autoriteit en nemen collega’s meer van je aan.

    Tip 3: overtuigen

    Formuleer eerst duidelijk voor jezelf waarom jij voor deze methode wil gaan. Geef antwoorden op vragen als:

    • Waar wil ik met de school naar toe?
    • Hoe kan een methode die richting ondersteunen?
    • Maak ik in mijn argumentatie aannames? Bijvoorbeeld dat leerlingen met deze methode hogere cijfers gaan halen.
    • Heb ik voorbeelden die mijn mening ondersteunen?

    Alleen als je zelf overtuigd bent, kun je ook anderen overtuigen. Stel jezelf daarom eerst kritische vragen over je mening en argumenten. Het is belangrijk ook de opvattingen van je collega’s helder te hebben, weet waar jullie ideeën overeenkomen. Door de nadruk te leggen op gedeelde overtuigingen, kom je vaak verder dan wanneer je blijft hameren op je eigen stokpaardjes.

    De meest succesvolle overtuigers hebben een aantal eigenschappen. Ze zijn vastberaden, luisteren, kunnen verbinding maken met anderen. Maar geen paniek als jij niet alle eigenschappen bezit, overtuigen kun je leren! Hier vind je tips om nog overtuigender te worden.